Samen lezen met anderstaligen in bibliotheek

We zijn een beetje jouw familie

Wat gaan we morgen doen?
Volgende week?
Volgend jaar?
Waar kunnen we ons wassen?

Bibliotheek Luchtbal (Antwerpen), dinsdagnamiddag. We zitten met 13 deelnemers rond de tafel voor de wekelijkse sessie samenlezen met mensen die Nederlands leren. Begeleidster Lut slaat een brug van het verhaal naar de vraagtekens in het leven van de deelnemers. Hoe vraagtekens je uit de slaap houden, zoveel energie vreten, zoveel slaap wegnemen, een grote berg worden. Eén deelneemster vertelt dat ze zich voortdurend afvraagt wanneer de oorlog in Afghanistan stopt, wanneer het weer veilig wordt. Dat ze haar dochter vaak vraagt of die haar wil vergezellen, als ze teruggaat om haar land in vrede te bezoeken. “Maar ik vrees dat ze te oud zal zijn om nog mee te willen, als het weer veilig is in Afghanistan. Ze kent mijn land niet.”

Wij zijn een beetje jouw familie

We zoeken mooie zinnen in de tekst en staan lang stil bij “Hoe lang duurt een nacht?” We proeven de woorden ‘eenzaamheid’ en ‘alleen’ en ‘glimlach’. Het is bijna cliché, en toch gebeurt het echt: één deelneemster vertelt dat ze geen familie heeft in België, waarop een man reageert dat iedereen rond de tafel toch een beetje haar familie is. Het was te oprecht om melig te over te komen.

Ze glimlachen weinig

Ze vinden ook dat Antwerpenaren weinig glimlachen, en sommigen zijn bang om Nederlands te praten omdat hun buren boos kijken als ze een fout maken. “Maar ik wil oefenen.” Eén deelneemster durft te vertellen dat ze hier, na al die jaren, niet graag is. Ze wil niet ondankbaar zijn, aarzelt ze, maar ze zou zo graag terugkeren. Anderen zeggen dat ze, sinds ze kinderen hebben, hier thuis zijn, voor en door hun kinderen.

Die balans zoeken, altijd weer

We balanceren, zoals vaker in een samenleesgroep, tussen zware gevoelens en lichtheid. Opnieuw zie ik het gebeuren: dankzij het verhaal proeven deelnemers woorden, vinden ze elkaar, herkennen ze elkaars emoties, raken ze in gesprek over mooie en lastige dagen in hun leven. Al die deelnemers zitten hier uit vrije wil, net als begeleidster Lut. Het is gewoon mooi.

De wereld zou een mooiere plek zijn

En dat op de dag dat onze federale regering alweer bijna struikelde over een VN-migratiepact en, erger nog, de dag dat één van onze regeringspartijen een campagne vol klinkklare racismekreten lanceert (en die een uur later weer intrekt).

Soms vertel ik het tijdens een training SamenLezen, soms vertel ik het aan mijn vrienden op café, soms zeg ik aan deelnemers: als meer mensen elke week zouden samen lezen, samen schoonheid zouden ontdekken en samen over verschillende meningen zouden praten. Heus, de wereld zou een mooiere plek zijn.

 

Ilona Plichart, gepassioneerd samenleesbegeleider

Reikhalzen als de giraffe van Hugo Claus

Als heel ons land Hugo Claus herdenkt, presenteren we met extra veel eerbied en plezier zijn teksten tijdens SamenLezen. Zo ook vorige week in Brussel, in een groep met mensen met psychische kwetsbaarheid. We lezen een heel gekend gedicht van Claus:

Op Thomas zijn vierde verjaardag

Later, mijn jongetje, word je een man,

Later reikhals je als een giraffe naar het hoe en het waarom.

Men zal je stempelen als bagage.

Men zal je kwetsen om je wens en je droom.

En jij zal trachten eens en voorgoed te fotograferen

het hoe en waarom van de vrouw

die kantelt in je lakens

die zingt naarmate je ontdubbelt in haar vel.

En nog later, jongetje, wordt

je leven een plakboek.

Maar nog lange niet, nog lange niet.

 

Rond de tafel zitten twee literatuurkenners, enkele mensen die alleen tijdens onze bijeenkomsten met literatuur in contact komen, een man die aan vroegdementie lijdt. Een heerlijke verzameling mensen.
De laatste zin proeven we opnieuw en opnieuw: “Maar nog lange niet, nog lange niet.’ Die woorden doorvoelen we en openen het gesprek naar de moeilijkere regels in dit gedicht. Wat dat eigenlijk is, een plakboek? Instagram van enkele decennia terug, of toch net niet? En vinden we dit een positieve zin, of bedoelt vader Claus het ook als een waarschuwing voor zijn zoon?

De giraffenhals inspireert, het beeld komt aan. “Ik weet nog altijd niet hoe het zit met het hoe en het waarom”, klinkt het rond de tafel. “Ik ben het alweer vergeten”, vult een andere deelnemer aan.

Wat alle deelnemers herkennen, is gekwetst worden om je droom en om je wensen. Eén deelnemer net voor de tweede keer opa geworden (hij glimlacht voorzichtig trots als we hem feliciteren) en uit zijn bezorgdheid. Wat kan hij dromen voor dat kleinkind, de wereld is zo moeilijk geworden? Welk plakboek zal het kleinkind volkleven?

Gelukkig, en zo is Claus vaak, is er ook lichtvoetigheid en een vleugje erotiek in het gedicht. De regel ‘Die zingt naarmate je ontdubbelt in haar vel’ vinden de mannen rond de tafel de mooiste zin uit het gedicht. Waarop één iemand monkelend toevoegt “de vrouw die kantelt in je lakens, daar kunnen wij nu eens niets op tegen hebben.”

Die Claus toch… één gedicht, zeven deelnemers op een dakterras hoog in Brussel. De wereld ongrijpbaar en vanmiddag ook warm, woorden die ons optillen en ons laten voelen: vandaag zijn we geen bagage. Vandaag reikhalzen we naar wat er in taal en achter woorden verborgen zit, en dat delen we met elkaar.

Dit moment hoort in ons plakboek.

 

Ilona

Welke overtuiging heb jij veranderd?

Welke overtuiging heb jij veranderd?

Ik werk ook als (loopbaan)coach voor ‘I ♥ my job’ . In december stelden we aan al onze lezers, coachees en klanten zes eindejaarsvragen die er écht toe doen. Twee vragen beantwoordde ik zelf.

Hier lees je de tweede vraag, en mijn antwoord:

Welke overtuiging is er bij jou het afgelopen jaar gekanteld?
Wij drijven allemaal op overtuigingen. Overtuigingen sturen heel sterk hoe wij ons gedragen, ons voelen en ons doen. Soms kan jouw leven veranderen, als je een overtuiging verandert. Lees meer

Wat ging er mis? en wat heb je daaruit geleerd?

De eindejaarsvraag die er écht toe doet: Wat liep er mis?

Ik werk ook als (loopbaan)coach voor ‘I ♥ my job’. In december stelden we aan al onze lezers, coachees en klanten zes eindejaarsvragen die er écht toe doen. Twee vragen beantwoordde ik zelf.

Hieronder: Eindejaarsvraag 4:

Wat liep er in 2017 echt helemaal niet goed?
En wat is er typisch aan hoe je omgaat met moeilijke momenten?
Welke sterktes kwamen daar boven?

Lees meer

Omdenken: zien wat mogelijk is

Omdenken: zien wat er ook zou kunnen zijn

Zij: “Ik ga niet naar de oud-leerlingenavond van mijn middelbare school. Stel je voor dat ik moet vertellen dat ik weer ga studeren.”
Ik: “En als we dat nu eens omdenken?”

Chloé is een geweldig lieve loopbaancoach-klant van mij. Samen zoeken we uit wat deze prille dertiger de komende jaren wil doen. Chloé heeft alvast een drastische beslissing genomen: ze heeft haar ontslag gevraagd en gaat binnenkort weer studeren. Haar ogen blinken als ze vertelt over haar nieuwe jaaropleiding.
Natuurlijk voelt ze ook onrust. Zal het financieel lukken? En zal die opleiding echt de jobkansen bieden waarop ze hoopt? En kan ze dat eigenlijk nog wel, vier dagen per week in de les zetten van 9 uur tot 16 uur? Lees meer

Voorleesweek

Voorleesweek: de bal luistert mee

“Mama, wil jij een boekje voorlezen?”
Alledaagse vraag van mijn zoon, want wij lezen voortdurend voor.

“Mijn bal wil ook dat jij voorleest. Die bal gaat naast mij zitten. Zo.”
Iets minder alledaagse setting…

Dus lees ik over ‘Balotje gaat naar de dokter’ en daarna nog enkele boeken.
Mijn jongste kind verdwijnt in de verhalen, lacht, babbelt, wijst aan…
Plots springt hij recht: “Mijn bal wil niet meer voorlezen. Hij wil iets anders doen.”

En hop, daar gaan ze weer. Ik heb weer even tijd voor iets anders. Tot de bal weer zin krijgt in een boek…
Net dat kan ik zo appreciëren aan voorlezen: het kan kort duren of (heel erg) lang, je doet ‘t in de zetel of in de hangmat of zelfs in het bad. En je kan voorlezen voor een kind, een kind met wel 10 knuffels, een kind met een bal… Kan allemaal, de voorlezer past zich met plezier aan.

 

Dit najaar verzorgde ik weer enkele workshops en opleidingen over voorlezen. Zo opende ik de ‘Muntpunt VoorleesAcademie’ op 12 oktober, en daar werd ik geïnterviewd over Voorlezen aan anderstalige kinderen door twee studenten Journalistiek. Luister je mee naar een fragment?

 

Kapsalon zonder afspraak is kapsalon met rust

Kapsalon zonder afspraak is kapsalon met rust

“Ik kreeg te veel stress van werken met afspraken. Nu komen de mensen binnen als ze willen. Er komt altijd wel weer iemand.”

Ik ben op vakantie in Zuid-Duitsland en maak op de allerlaatste dag één van mijn vakantievoornemens waar: mijn haar laten knippen. Een boeiend gesprek met de kapster, een jonge dertiger, krijg ik zomaar bij.

Ze is een typische kapster, vindt ze zelf. Haar barbiepoppen hadden elke week een andere haarstijl, haar tienervriendinnen wisten bij wie ze terecht konden voor een experiment met krullen. En zodra ze haar diploma had, is ze in een echte kapperszaak gestart.

En toch is het zoeken geweest. Tot ze ontdekte dat klanten bedienen op afspraak, de lol wegnam. Al die afspraken zorgden ervoor dat ze voortdurend naar de klok keek of ze niet uitliep. Babbels werden minder spontaan, de minuten tikten te snel weg. Lees meer

Van Aleppo naar getto

 

“Ik ben blij dat hij gelijk gekregen heeft en dat die mensen niet naar België komen. Maar ik weet wel dakik da eigenlijk nie mag zegge.”

Zo meteen gaan we samenlezen. Terwijl we de thee en de koekjes klaarzetten en voldoende stoelen rond de tafel schuiven, ligt de krant open. Ik reageer niet op wat één vroege deelneemster zegt. Of beter: ik reageer niet met woorden. Lees meer

De  nieuwe superdiversiteit is intergenerationeel

Hij is 57 jaar en is zoekend. Hij zal wellicht nog langer dan vijf jaar moeten werken. Hij zou wel vroeger willen stoppen, maar er zijn de nieuwe regels. En hij lijkt niet meteen in een situatie te zijn, waar er voor hem nog regels voor’t oprapen liggen die toelaten om sneller met pensioen te gaan.

Lees meer